| Proces
gerichte didactiek.

Te herkennen aan:
In de klas en school (leeromgeving)
-In de gang en de klassen hangen werkstukken van kinderen. De werkstukken
zijn netjes opgehangen.
-Je kan aan de werkstukken zien dat ze vanuit eenzelfde onderwerp zijn
gemaakt. Toch laten de werkstukken verschillen zien in hoe de betekenis
vormgegeven kan worden.
-Er is op een gevarieerde manier met materiaal gewerkt en geëxperimenteerd.
Tijdens de les (aanbod en handelen docent)
-Een duidelijk gekozen onderwerp met betekenis.
-Een duidelijke beeldende probleemstelling.
-Er wordt aan de hand van afbeeldingen informatie over beeldaspect(en)
gegeven.
-Er is informatie over materiaal, technieken en de gevarieerde mogelijkheden
ervan.
-Beeldende informatie over hoe het onderwerp eruit ziet.
-Kinderen krijgen ruimte om met de gegeven informatie en instructie
te experimenteren en te onderzoeken.
-Een heldere begeleiding die stimuleert tot uitproberen, uitdagen en
onderzoek naar mogelijkheden van de materialen en de beeldende middelen.
-Er wordt gezamenlijk naar het gemaakte werk teruggekeken.
Leerdoelen:
-Kinderen leren de diverse mogelijkheden van het materiaal.
-Kinderen leren diverse beeldaspecten en de mogelijkheden ervan om beelden
te maken.
-Kinderen leren met materialen en beeldaspecten verschillende betekenissen
te geven.
-De keuzemogelijkheden van het kind worden uitgebreid.
-Het verrijkt het kind met meer informatie en vaardigheden.
-Ontwikkelt creativiteit.
Eindwerkstuk van het kind:
Binnen de context van een thema en of onderwerp wordt er met de informatie
die vooraf in de les is gegeven een oplossing gezocht voor een beeldende
opdracht. Doordat er een veelzijdigheid aan mogelijkheden en informatie
getoond en gegeven wordt omtrent het thema, materialen en beeldaspecten,
ontstaan er binnen deze kaders zeer gevarieerde werkstukken.

Herkomst van de didactiek:
De didactiek bestaat al langer, maar is nooit helder beschreven en concreet
uitgewerkt tot een werkbare didactiek. Sinds het boek ‘Laat maar
zien’ op de markt is, krijgt deze didactiek op Pabo’s meer
aandacht en wordt ook gedoceerd.
De didactiek is ontstaan tijdens en na evaluatie van de vele voorafgaande
vormen van didactiek. Het geeft een antwoord op de vraag of je beeldend
vormgeven kan leren en of je daarin onderwijs kan geven en zo ja, hoe
je dat gericht kan aanpakken. De conclusie is: ja, dat kan.
De didactiek is er niet op gericht om vast omschreven kunstjes en technieken
te leren. De leerling doorloopt een compleet vormgevingsproces waarin
momenten voor keuzes en onderzoek zijn ingebouwd.
Reacties:
Kinderen zijn meestal enthousiast als je ze met deze manier van werken
laat kennismaken.
Leerkrachten vinden het moeilijk en zijn vaak onzeker: ze weten niet
precies wat de eindresultaten worden.
Het is zoveel werk.
Zeer goede manier van onderwijs die echter gerichte input van de leerkracht
vraagt. De kinderen leren hierdoor erg veel.
De motorische ontwikkeling van de kinderen zit ook in deze wijze van
aanbod maar de kinderen krijgen meerdere ideeën en suggesties aangereikt
waardoor ze gestimuleerd worden tot onderzoek naar verschillende verbeeldingsmogelijkheden.
Binnen deze didactiek komt de eigenheid van de kinderen het meest tot
zijn recht.
Voorbeeld
in basisplan>>>
|